Heimwee naar mevrouw Faber
Marjolein Faber was minister van Asiel en Migratie ('Ik ben beleid'), Marjolein Faber is PVV.
Als minister op het belangrijkste PVV-speerpunt asiel werd ze vaak scherp bekritiseerd in de media, maar waarop is die kritiek eigenlijk gebaseerd: op haar uiterlijk, op haar eigenzinnige manier van werken en communiceren, of op haar behaalde resultaten?
In het hoofdlijnenakkoord tussen de PVV, NSC, BBB en VVD was afgesproken dat er een noodwet kon komen waarmee het kabinet snel en krachtig maatregelen kon nemen om de instroom van asielzoekers te beperken. Mede om dit asiel-kritische kabinet mogelijk te maken deed Geert Wilders afstand van het premierschap, uit loyaliteit aan het algemeen Nederlandse belang boven zijn eigen persoonlijke ambitie.
Het daardoor ontstane kabinet-Schoof was nog maar net geïnstalleerd toen NSC zich principieel verzette tegen deze constructie, ondanks dat de partij eerder haar handtekening onder het coalitieakkoord had gezet. Hierdoor viel uiteindelijk de noodwet weg als belangrijkste instrument van de oplossingsgerichte Faber.
Ondanks deze tegenslag moest minister Faber het strenge asielbeleid via normale parlementaire procedures realiseren. Zij hield zich staande, klaagde niet, maar zocht naar manieren om het strengste asielbeleid ooit door te voeren. Als er ooit een minister is geweest die zo zichtbaar en achter de schermen tegengewerkt is, dan is het Marjolein Faber wel.
Maar de resultaten spreken eigenlijk voor zich: zij heeft de invoering van het tweestatusstelsel gerealiseerd, waarbij politiek vervolgden meer rechten krijgen dan oorlogsvluchtelingen, en de asielnoodmaatregelenwet erdoor gedrukt, die onder meer een einde maakt aan de permanente verblijfsvergunning. De opvang van derdelanders in de Oekraïne-opvang werd gestopt. Ondanks het nodige rumoer over de strafbaarstelling van illegaal verblijf tekent zich nu ook in de Eerste Kamer een meerderheid af.
Toen "Hoe meer asielzoekers hoe beter"-staatssecretaris Erik van der Burg (VVD) nog bewindvoerder was, werden 62% van de asielaanvragen goedgekeurd. Na een half jaar onder Faber daalde dit al naar 58%, om vervolgens te dalen naar 35% (IND-data). Dit resultaat werd door de media natuurlijk toegeschreven aan de geopolitieke situatie, maar het is natuurlijk gewoon het gevolg van strenger PVV-beleid. Terwijl in omringende landen de asielopvang steeds strenger werd, waren de coalitiepartners niet bereid zich aan te passen aan dat strengere beleid.
Dus als minister Faber beoordeeld zou worden op basis van wat de PVV haar kiezers beloofd had, zou zij een ruime voldoende scoren. Maar het 'reclamebureau' van links Nederland, de NPO, heeft alles in het werk gesteld om deze minister op een zo negatief mogelijke manier in het daglicht te stellen; daar maakten de overige media (NRC, Volkskrant, AD) dankbaar gebruik van.
De strijd van de PVV tegen de NPO (lees: bezuinigingen) is een slechte strategie gebleken. Mede door alle negatieve, opiniërende berichtgeving kreeg dit kabinet nooit wind in de zeilen, met als gevolg een links elite-kabinet dat meteen de bezuinigingen op de NPO schrapte, . . . beloning voor bewezen diensten.
De overige Nederlanders worden compleet uitgeknepen, ten faveure van asiel, ontwikkelingshulp, klimaatwaanzin en defensie.
Dit ten koste van verhoging van de AOW-leeftijd, korten op sociale zekerheid, ouderen en de zorg.
De drie nieuwe regeringspartijen breken bij voorbaat al beloften: alle drie beloofden ze het eigen risico niet te verhogen.
Misschien heeft Nederland nu al heimwee naar de PVV en mevrouw Faber.