Tweede Kamer terug van het reces
Ik heb twee jaar in de Tweede Kamer gezeten en daar wordt soms met grote toewijding afgezwetst over niets. Iedereen herinnert zich nog het nodeloze debat over de lintjes met toenmalig minister Marjolein Faber. Zodra de schijnwerpers aangaan en de camera begint te draaien, veranderen op zichzelf aardige mensen opvallend snel in licht narcistische wezens.
Vooral in de plenaire zaal, waar men achter de kansel mag staan, is scoren belangrijker dan inhoud. Commissiedebatten in de kleinere zalen op de begane grond krijgen aanzienlijk minder aandacht, terwijl ze inhoudelijk minstens zo relevant zijn.
Ik had het geluk, of het ongeluk, dat mijn portefeuille slechts één plenair debat per jaar kende; begrotingsdebatten worden immers altijd plenair gehouden. De rest speelde zich af in de commissiezalen. In kleinere fracties moet voortdurend worden gekozen welk debat wordt bijgewoond, omdat één Kamerlid meerdere dossiers beheert. Die afweging blijkt in de praktijk eenvoudig: niet de inhoud, maar de locatie geeft de doorslag. Plenair gaat altijd voor.
Nu moet de Kamer terugkomen van reces voor een debat over de situatie in Venezuela. Na honderden debatten over Gaza en Oekraïne speelt nu ineens een heus buurland van ons de hoofdrol: Venezuela. Normaal gesproken zijn de meeste fracties niet te porren voor een debat over het Caribische deel van ons Koninkrijk. Aruba, Curaçao en de 'speciale gemeente' Bonaire liggen immers voor de kust van Venezuela. Maar nu heeft de grote boze wolf Trump president Maduro uit zijn presidentieel paleis in Caracas laten ontvoeren.
Terwijl het leven op de Cariben gewoon zijn gangetje gaat en toeristen snorkelen of bestellen een pina colada op een terras, is men hier in Den Haag in crisismodus. De vraag is niet zozeer wat er gebeurt, maar hoe het momentum kan worden gepakt. Lastig, wanneer alles zich voltrekt zonder dat de partijen er een plasje over kunnen doen. Los van het feit dat deze inval op zijn minst verbazingwekkend genoemd mag worden.
Dit is natuurlijk het deugmoment bij uitstek om onze medelanders aan de andere kant van de oceaan te laten zien dat wij om hen geven en aan hen denken. Minister Van Weel heeft inmiddels een verklaring afgegeven en kan zonder enige voorbereiding het debat aangaan met de Kamer. Hij hoeft slechts die verklaring mee te nemen, aangevuld met de gezamenlijke verklaring van de EU-lidstaten. Vervolgens zal hij zijn verhaaltje opdreunen: "Het kabinet volgt de situatie…" bla, bla, bla" en "De veiligheid van Nederlanders en het Koninkrijk heeft de hoogste prioriteit…" bla, bla, bla.
De deugers zullen hun afschuw uitspreken en steun betuigen aan onze Caribische koninkrijksgenoten. Daarna volgt een serie deug- en spreek-uitmoties om Trump dringend te manen zich te gedragen. Waar hij ongetwijfeld wakker van ligt.
Het debat is vooral een welkome publicitaire onderbreking tijdens de radiostilte van de formatie in een lang reces en zal eindigen zoals elke motie eindigt: met de vertrouwde woorden "en gaat over tot de orde van de dag". Daarna kan iedereen weer gerust naar huis. Men heeft tenslotte weer even, al is het niet plenair, in de spotlight mogen staan.
Pikant detail: minister David van Weel geeft een verklaring in het Nederlands en het Engels, maar een verklaring in het Papiaments ontbreekt. Toch is dat de dominante omgangstaal en een officiële taal op Bonaire en Curaçao, en mede-officiële taal op Aruba.